Meten met infrarood thermometers

Het meten van temperatuur met behulp van infrarood is een veelgebruikte techniek. Er zijn echter veel parameters die deze meting kunnen beïnvloeden, waardoor er resultaten kunnen ontstaan die volgens de gebruiker niet overeen komen met de werkelijkheid.

Daarom hieronder enkele vuistregels die veelgemaakte fouten kunnen voorkomen:

  • Er is één gouden vuistregel: De beste temperatuurmetingen worden verkregen indien uitsluitend natuurlijke materialen gemeten worden. (hout, karton, agf, huid, water, ijs e.d.) of op kunststoffen
  • Meet nooit op metaal (rvs, aluminiumfolie e.d.), glas of keramiek (hierdoor kunnen meetfouten ontstaan!)
  • Meet zo dicht mogelijk op het object (distance-to-spot ratio; dit wordt meestal op het apparaat vermeld)
  • Een meetinstrument dat uit een warme auto komt, kan onmogelijk direct in een koude ruimte de goede temperatuur meten (en vice versa). Bij bijna ieder apparaat moet de koudelascompensatie of de detector zich aan de nieuwe condities aanpassen. Houd hier rekening mee!
  • Indien producten worden teruggekoeld of opgewarmd: vergelijk geen kerntemperatuur met oppervlaktetemperatuur (dit is als appels met peren vergelijken)
  • Indien er een afwijkende temperatuur wordt gemeten, controleer dan de E-waarde (emissiewaarde) van het apparaat. Deze staat normaal op een waarde hoger dan 0,9 ingesteld.
  • En last but not least: Neem de moeite om de handleiding van het apparaat te lezen.

Klik hier voor ons assortiment infrarood thermometers.

Infrarood foto